Mijn visie

Europeanen worstelen met de vraag hoe hun continent in een globaliserende wereld relevant kan blijven zonder de lokale, regionale en nationale identiteiten op te hoeven geven. Angst voor te snelle veranderingen, voor de komst van zoveel nieuwe mensen en voor een teruglopende welvaart drijft veel Europeanen – opnieuw – in de armen van populisten.

Nationalisme en protectionisme hebben ons continent weinig goeds gebracht. Europese landen zijn met elkaar vervlochten, door hun geschiedenis, cultuur en economieën. Tijdens de coronalockdowns hebben we gemerkt wat het sluiten van Europese binnengrenzen betekent: een hek tussen Kreuzlingen en Konstanz, een betonblok op de brug bij Rheinau, ouders die hun kinderen niet meer kunnen zien, stellen die van elkaar gescheiden worden. Dat kan de oplossing niet zijn.

Het antwoord ligt in een respectvolle samenwerking tussen de Europese staten, maar vooral tussen Europeanen. Honderd jaar geleden vierden Duitse en Franse soldaten in de loopgraven samen kerstmis, om elkaar de volgende dag dood te schieten. Als mensen kunnen we goed met elkaar overweg, als groep, als collectief worden we nogal eens vijandig tegen elkaar.

De Europese Unie heeft ons vrede en welvaart gebracht, maar is nu toe aan vernieuwing. Een 21e eeuwse Europese Unie zet zich in voor onze gezamenlijke belangen, maar geeft ons ook de vrijheid om onszelf te zijn. ‘In verscheidenheid verenigd’ is sinds 2000 het motto van de Europese Unie. Dat is een prachtig uitgangspunt.