Chaotische herstart van Schengen

Vorige week was er een goed bericht: de regeringen van Duitsland, Oostenrijk, Frankrijk en Zwitserland hebben besloten hun grenzen de komende maand in twee stappen te heropenen. Dit kan omdat deze landen zich in ongeveer dezelfde fase van de pandemie bevinden. De grenzen naar Italië en Spanje, waar de epidemiologische situatie minder goed is, blijven voorlopig dicht, zo werd bekendgemaakt.

Op vrijdag 15 mei ging de eerste stap in werking. Op die dag is een deel van de grenzen tussen deze vier landen weer geopend, waarbij alleen nog steekproefgewijs wordt gecontroleerd. Je moet zelf een formulier invullen waarop je aangeeft waarom je over de grens bent gegaan. Dit mag alleen voor werk, voor familiebezoek, om naar je eigen vakantiehuis te gaan of om een volkstuin te onderhouden (ja echt, Duitsers hebben volkstuintjes in Zwitserland en vice versa). Over de grens gaan voor toeristische bezoekjes, om te tanken of om inkopen te doen is nog steeds verboden.

Op 15 juni wordt de volgende stap gezet, dan treedt het Schengenverdrag weer in werking. Dus: gewoon over de grens rijden, tenzij de Zwitserse douane de invoer van waren wil controleren.

Dit besluit is in overeenstemming met de regels van de Europese Commissie, die heeft gedefinieerd hoe het openen van de binnengrenzen in zijn werk gaat. Op basis van ‘de epidemiologische situatie, de mogelijkheden om veilig te reizen, en economische en sociale overwegingen’ kunnen Schengenstaten besluiten de grenzen flexibel te openen. Flexibel betekent in deze context dat de grenzen weer dicht kunnen gaan als de besmettingen toenemen.

De herstart van Schengen tussen deze vier landen verliep gecoördineerd. Totdat de  Italiaanse regering afgelopen zaterdag tot ieders verbazing, ook van de Italianen zelf, bekendmaakte al op 3 juni de grenzen te willen openen. Ook voor toeristen. De hoofdreden: het redden van de Italiaanse toeristische sector.

Zwitserland is in de problemen gebracht door dit eenzijdige besluit. Het aan Lombardije grenzende kanton Tessin, dat zwaar getroffen is door de pandemie, wil liever nog even wachten met het heropenen van de grens met Italië. En dat is begrijpelijk, want de pandemische situatie is vooral net over de grens nog duidelijk slechter dan in Tessin. De Zwitserse regering schiet het kanton dan ook te hulp. Italië kan de grens wel willen openen, zo klinkt het uit Bern, maar Zwitserland besluit zelf of haar grenzen open gaan. Ook Frankrijk is verontwaardigd, en Oostenrijk heeft al meegedeeld dat het de grens met Italië voorlopig nog niet opent.

Waarom doet Italië dit? Omdat Italië zich buitengesloten voelt, omdat het geïrriteerd is dat Spanje en Italië niet zijn geconsulteerd in de besprekingen tussen Duitsland, Oostenrijk, Franrijk en Zwitserland, waarvan er maar liefst drie aan Italië grenzen. De Italianen vinden dit ontoelaatbare discriminatie en hebben in Brussel een klacht ingediend, net als drie andere landen, waaronder Zwitserland. Om de buurlanden goed te laten voelen dat Italië dit niet accepteert, heeft het zaterdag dus een stuk rood vlees in de ring geworpen, en ja hoor, iedereen hapt toe.

Hoe het verder gaat, beslissen de ministers van Buitenlandse Zaken van de EU tijdens een videoconferentie. De Italianen hebben hun doel in ieder geval al bereikt: er wordt weer naar ze geluisterd. Of de grenzen naar Italië op 3 juni echt opengaan, is nog altijd zeer de vraag.

Ondanks de inspanningen van de Europese Commissie om de herstart van Schengen soepel te laten verlopen, gaat het toch weer chaotisch en met veel gekrakeel. Zoals zo vaak in de Europese Unie, maar dat is ook weer de charme van ons continent.

 

 

 

Directe democratie in tijden van corona

Een nietig virus heeft de wereld op zijn kop gezet. Noodgedwongen heeft een groot deel van het openbare leven en ook de politiek wekenlang (vrijwel) stil gelegen. Het was soms eng om te zien hoe de oppositiepartijen hun regeringen bijna onvoorwaardelijk steunden. Het landsbelang stond voorop.

Nu de eerste golf van besmettingen voorbij lijkt te zijn, komt de democratie en daarmee de oppositie weer tot leven. Maatregelen worden bekritiseerd, was het allemaal wel nodig? ‘Coronasceptici’ duiken op, eerst in de Verenigde Staten, nu ook in Europa. Zij demonstreren tegen lockdowns en andere coronamaatregelen, en hebben daarmee lak aan het verzamelingsverbod en de afstandsregels. Tja, als je gelooft dat het virus een ‘hype’ is, hoef je er ook geen rekening mee te houden.

De coronaregels hebben de laatste maanden diep in het openbare leven ingegrepen. En daarmee ook in de directe democratie. Om een volksinitiatief of een facultatief referendum te kunnen houden, moet je handtekeningen verzamelen. Hier in Zwitserland gebeurt dit nog  steeds gewoon op straat, waar je wordt aangesproken, kunt discussiëren en eventueel tekenen, als je stemberechtigd bent uiteraard. Dit soort gesprekken kunnen niet plaatsvinden in tijden van corona, en daarom zijn de stemmingen die vandaag zouden worden gehouden verplaatst naar 27 september. Het is de eerste keer sinds de Tweede Wereldoorlog dat een ‘Abstimmungssonntag’ moest worden afgezegd.

Omdat het aantal nieuwe besmettingen heel laag is, kunnen de campagnes op 1 juni beginnen, en dat betekent een herstart van de directe democratie. Voor Zwitsers is dit belangrijk, want hoewel de opkomst bij dit soort stemmingen meestal laag is (onder de 50%), is de symbolische waarde hoog. Een lage opkomst is niet automatisch een gebrek aan belangstelling. Niet iedereen wil of kan zich drie tot vier keer per jaar in complexe politieke vraagstukken verdiepen. Zwitsers weten heel goed dat ze door niet te gaan stemmen hun recht op kritiek opgeven. Als je niet stemt, accepteer je de keus van de meerderheid van je medeburgers. In die zin is niet gaan stemmen een teken van vertrouwen.

Vandaag zou er onder meer worden gestemd over het volksinitiatief voor een ‘massvolle Zuwanderung’, ofwel het ‘Begrenzungsintiative’ van de rechts-populistische Schweizer Volks Partei (SVP). Het initiatief eist dat Zwitserland zelf de immigratie weer gaat sturen. Dit betekent dat de overeenkomst met de Europese Unie over het vrije personenverkeer moet worden opgezegd, waarmee de andere verdragen tussen Zwitserland en de EU ook vervallen. Dit komt door de zogenaamde ‘guillotine-clausule’ die bepaalt dat het eenzijdig opzeggen van een van de verdragen automatisch tot beëindiging van alle verdragen leidt. De SVP ontkent uiteraard dat dit het geval is, maar de meeste Zwitsers weten wel beter.

De sluiting van de grenzen heeft Zwitserland maandenlang geïsoleerd. Zo heeft iedereen een tijdje kunnen ‘droogzwemmen’. Als ik zo om mee heen naar mensen luister, kan ik zeggen dat ik nog niemand heb gesproken die dit fijn heeft gevonden. Daarmee heeft het volksinitiatief van de SVP in september nog minder kans te worden aangenomen dan vandaag het geval was geweest. Dat is dan weer een klein positief puntje van de coronacrisis.

 

Dubbele nationaliteit: de hoogste tijd!

Niemand weet hoeveel Nederlanders buiten Nederland wonen en leven, de schattingen lopen uiteen van 800.000 tot 1,2 miljoen. Nederland registreert dit niet, weg is weg.

De reden waarom deze mensen uit Nederland zijn vertrokken, het land waar ze nu wonen, het werk dat ze doen, ieder heeft zijn eigen verhaal. Maar één ding delen ze met elkaar: ze krijgen vroeger of later te maken met de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN). Deze wet regelt wie Nederlander is en mag blijven, want het Nederlanderschap kun je automatisch verliezen. Dit gebeurt bijvoorbeeld als je in vreemde krijgsdienst gaat of als je je aansluit bij een terroristische organisatie. Of als je vrijwillig een andere nationaliteit aanneemt. De gelijkstelling is absurd.

De hoofdregel van de RWN is dat Nederland geen dubbele nationaliteiten toestaat. Daarna komt er een opsomming van willekeurige en onbegrijpelijke uitzonderingen. Dit leidt in de praktijk tot rechtsongelijkheid, verwarring en veel, heel veel verdriet. Nederlanders in het buitenland en ex-Nederlanders zoeken hulp bij het Europese Gerechtshof, bij de Ombudsman, bij de onvermoeibare strijder Eelco Keij en zijn Stichting Nederlanders buiten Nederland, bij advocatenkantoren en gisteravond bij een webinar dat drie keer wordt gegeven, steeds voor een ander deel van de wereld. Meer dan een uur volgden honderden mensen via internet een presentatie over het behoud en verlies van het Nederlanderschap. De vragen stroomden via de chat binnen, de schrijnende verhalen ook. Aan het eind was mij één ding duidelijk: dit kán echt niet meer.

Al jaren danst de Tweede Kamer ritueel om het thema van de dubbele nationaliteit heen. De meerderheid vindt dat immigranten moeten inburgeren, loyaal moeten zijn aan Nederland, dat zij moeten kiezen. Voor Nederland uiteraard, the Netherlands first! De landgenoten in den vreemde zijn ‘collateral damage’ in dit debat.

De schade die Nederlanders in het buitenland lijden door de RWN heeft hen ertoe gebracht zich beter te organiseren. Zij worden een steeds invloedrijkere politieke kracht, en de Haagse politiek is zich hiervan bewust. Om deze grote groep kiezers te paaien en te sussen, is daarom in het regeerakkoord een voornemen opgenomen om de RWN te moderniseren. En daar is het bij gebleven. Met de coronapandemie en nog maar een jaar tot de volgende verkiezingen verwacht niemand dat er in dit dossier nog iets gebeurt.

Maar er ligt nog een wetsvoorstel van 16 december 2016 op de plank, destijds ingediend door D66-Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma en PvdA-Kamerlid Ahmed Marcouch (nu burgemeester van Arnhem). De indieners willen de Nederlandse wet moderniseren en synchroniseren met die van andere Europese landen door het toestaan van de dubbele nationaliteit. Ook daar is niets mee gebeurd: het wetsvoorstel is nog steeds ‘in afwachting van advies Raad van State en initiatiefnemer(s)’. De geplande vergadering van 21 december 2016 is om die reden aangehouden.

Beloftes zijn snel gemaakt, politieke besluitvorming gaat vaak tergend langzaam, behalve in tijden van een coronacrisis. Dan kan de wet met een pennenstreek worden aangepast, kunnen noodkredieten worden verstrekt, kunnen uitgaansverboden worden gegeven en recreatiegebieden worden gesloten. Maar een 20e eeuwse wet die bijna een miljoen Nederlanders dagelijks benadeelt kan al jarenlang niet worden aangepast. Er is gewoon geen politieke wil.

Volgend jaar komen er weer verkiezingen. Nederlanders in het buitenland hebben genoeg van beloftes, zij willen verandering. De snelste weg is het wetsvoorstel uit 2016 af te stoffen en in gang te zetten. Hoe eerder de dubbele nationaliteit een feit is, hoe beter.

Politiek Den Haag: net als alle kiezers beoordelen Nederlanders in het buitenland u op daden, niet op woorden. Kom eindelijk eens uit de angstmodus, tijd voor actie, we leven in de 21e eeuw!

 

 

 

 

 

Corona-afstand

Deze week kwam het Zwitserse parlement voor het eerst sinds begin maart weer samen. Niet in het Bundeshaus in Bern, maar in een congrescentrum buiten de stad. De reden? Corona uiteraard, want in het Bundeshaus zitten de parlementariërs te dicht op elkaar.

Na twee maanden noodbestuur door de Bundesrat is het hoog tijd dat het parlement zijn werk weer oppakt. Tijdens deze buitgewone ‘Coronasession’ gaf het parlement met terugwerkende kracht zijn goedkeuring aan de miljardenuitgaven van de laatste weken en de maatregelen die in verband met de coronacrisis zijn getroffen. De Bundesrat kan dus opgelucht ademhalen.

Niet alleen dit is uitzonderlijk, ook de aanblik van het parlement was op zijn minst vreemd: in plaats van in een knusse, wat gezapige zaal in het oude Bundeshaus, zat het parlement in een kille, leeg aandoende congreszaal. De parlementariërs zaten op twee meter afstand van elkaar, en klaagden dan ook dat ze elkaars mimiek niet konden zien. Het was ieder voor zich, en dat voelt ongemakkelijk.

’s Avonds werd dit ruimschoots goedgemaakt. Volgens de Tagesanzeiger waren er illegale meetings tussen parlementariërs, feestjes zelfs, de twee meter afstand was ver te zoeken. Kennelijk hebben we contact nodig, we kunnen gewoon niet zonder. Hoe moet dat nou met die twee, in Nederland anderhalve meter afstand? Gaat ons dat wel lukken op den duur? Ik vraag het me steeds meer af.

 

Bijna 75 jaar bevrijding

Gisteren was het de dag van de Nationale Dodenherdenking in Nederland. De twee minuten stilte, de kransleggingen, het Wilhelmus, het is ieder jaar weer een indrukwekkende plechtigheid. Ik herinner me nog hoe vroeger, misschien gebeurt dat nog, ik weet het niet, de auto’s om 20.00 uur op de uitrijstrook van de snelweg stopten. Als ik daaraan denk, krijg ik weer kippenvel.

Dit jaar was het een bijzondere herdenking: we herdachten 75 jaar vrijheid op een lege Dam. Voor het eerst sprak een staatshoofd tijdens deze plechtigheid, en het was wat mij betreft de meest indrukwekkende speech die koning Willem Alexander ooit heeft gehouden.

De koning sprak moedig over zijn innerlijke tweestrijd als het gaat om de rol van zijn grootmoeder in Londen. Hiermee heeft hij iets aangesproken wat tot nu toe niet aangesproken kon worden. De speech heeft vele mooie passages, waarvan deze mij bijzonder heeft geraakt: ‘Oorlog werkt generaties lang door. Nu, 75 jaar na de bevrijding, zit de oorlog nog steeds in ons.’ Het is een erkenning voor de tweede en derde generaties oorlogsslachtoffers.

Maar hoe kan het toch, dat de Nederlanders in Nederlands Indië wéér worden vergeten? Voor mijn moeder en de andere bijna 300.000 Nederlanders in de Japanse kampen was de oorlog op 5 mei nog lang niet voorbij. Meer dan vier maanden moesten zij nog door, waarin velen door honger, uitputting en ziekte zouden sterven. Japan kapituleerde pas op 15 augustus 1945, nadat de Amerikanen Hiroshima en Nagasaki met atoombommen hadden aangevallen.

De speech zou nóg mooier zijn geweest als de koning ook iets had gezegd over de landgenoten in de verre kolonie. Het had velen goed gedaan.