Het sprookje van Andreas

Er was eens een dorpje waar iedereen gelukkig was. De mensen hadden genoeg te eten, leefden in vrede en iedereen kende elkaar. De weiden rondom het dorpje waren groen, de akkers vruchtbaar en er was genoeg regen. De koeien hadden bellen, de kerkklok bingelde elk halfuur en op zondag gingen alle mensen naar de kerk.

Maar toen gebeurde er iets vreselijks. Er kwam een ambtenaar van de staat naar het dorpje met de mededeling dat tien mensen van heel ver weg voorlopig in het dorpje zouden komen wonen. Deze mensen noemden zichzelf vluchtelingen uit een oorlogsgebied, maar waarschijnlijk waren het gewoon gelukzoekers. Economische vluchtelingen, mensen op zoek naar een beter bestaan, naar een bestaan zoals in het dorpje. Hoe durven ze? En erger nog: het waren mensen met een andere godsdienst, met een andere huidskleur, met een andere cultuur. Zij zouden nooit mee kunnen doen aan het grote varkensslachtfeest in november, of met het kerst- of paasfeest.

De paniek was groot, en de dorpsbewoners kwamen bij elkaar om deze vreselijke situatie te bespreken. Tien mensen in een dorp van 2.100 inwoners, stel je voor! Dat is het begin van het einde. Als we deze mensen toelaten, komen er straks nog meer, en dan nog meer als ze horen hoe fijn het hier is. Dan komt iedereen naar ons dorpje toe, dan is ons dorpje ons dorpje niet meer.

Maar er waren ook dorpelingen die het juist wél goed vonden dat er tien mensen kwamen. Zij deden heel erg hun best voor de vluchtelingen, maar dit mocht niet baten. De bewoners besloten met een kleine meerderheid dat zij de staat een zak met geld gingen geven, en dat zij in ruil daarvoor deze tien mensen niet hoefden op te nemen.

De baas van het dorpje was blij en opgelucht. Sterker nog, hij riep alle andere dorpjes op om hetzelfde te doen. Dat is een burgerplicht, zo zei hij. Zijn droom werd steeds groter: alle dorpjes moesten samen een groot prikkeldraadhek om het land bouwen, zodat er geen nieuwe vluchtelingen of gelukzoekers meer bij konden komen. Zo konden de dorpjes alles alleen voor zichzelf houden. En iedereen leefde nog lang en gelukkig.

Aldus het sprookje van Andreas Glarner, parlementariër en woordvoerder asielpolitiek van de SVP, en Gemeindeammann van Oberwil-Lieli in Aargau. Onder zijn leiding heeft de bevolking onlangs met een kleine meerderheid besloten de toegewezen tien asielzoekers niet op te nemen. In ruil hiervoor betaalt Oberwil-Lieli CFH 290.000 per jaar aan de Bond. Dit laatste moeten de bewoners overigens nog wel goedkeuren.

Het vluchtelingenvraagstuk heeft het vredige dorp gespleten. De voorstanders van de opname van vluchtelingen, bijna de helft van de bewoners, voelen zich buitengesloten. Toch staan zij niet alleen. Het artikel in de Tagesanzeiger had binnen een paar uur al zo’n 500 reacties. Veel lezers nemen het prikkeldraad rondom Zwitserland op de hak. ‘Niet overdreven reageren’, zo schrijft Tom Lips. ‘Prikkeldraad rondom Oberwil-Lieli is meer dan genoeg om Zwitserland te beschermen tegen slechte invloeden’. De droom van Andreas Glarner kan wel eens een sprookje blijken te zijn.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s