Niks ‘ja maar’

De aankondiging van Sylvana Simons om de politiek in te gaan, heeft tot heftige racistische reacties in de sociale media geleid. Zo heftig, dat minister Asscher zich in de discussie mengde met de boodschap dat nu echt alle grenzen weg zijn gevallen, dat dit niet niet acceptabel is. Er is geen ‘ja maar’, er is geen enkel excuus voor racisme, aldus Asscher.

De Volkskrant bericht dat onderzoek van de Nijmeegse Radboud Universiteit heeft uitgewezen dat het racisme in Nederland al jaren toeneemt. Niet alleen in de sociale media, maar overal in de maatschappij en in alle lagen van de bevolking. De onderzoekers claimen dat Pim Fortuyn het debat over de multiculturele samenleving op scherp heeft gezet met zijn ‘ik zeg wat ik denk’.

Het maatschappelijke en politieke debat is uitgehold en verruwd. De politieke tegenstander wordt niet meer bestreden met argumenten, maar wordt direct aangevallen, zelfs ontmenselijkt, aldus Femke Halsema in de Correspondent. Dat is overigens geen typisch Nederlands fenomeen, maar speelt in de meeste westerse democratieën. In Amerika diskwalificeert men de tegenstander door naming, shaming, framing. De demagoog Donald Trump doet niet anders, de man beledigt zijn tegenstanders, scheldt ze uit en weet vaak echt niet waar hij over praat.

Het recht op vrijheid van meningsuiting wordt misbruikt om wat men denkt, voelt en vindt zonder nadenken over de gevolgen voor anderen de wereld in te slingeren. Hoe anoniemer dit kan, hoe ruwer het wordt. En als mensen zich in hun mening gesteund voelen, is het hek van de dam. Dan gaat het steeds verder, tot aan openlijk racisme toe. Nu ook deze grens wordt overschreden, is het tijd voor bezinning.

We zijn toe aan grenzen in het publieke en politieke debat, aan respect voor de mening en de situatie van de ander. Het moet afgelopen zijn met het wegzetten van groepen mensen, met het openlijk haatzaaien, ook als dit nog net binnen de normen van de wet valt. Deze truc wordt in toenemende mate gebruikt om groepen mensen tegen elkaar op te zetten, mensen die elkaar niet eens kennen. Als mensen elkaar ontmoeten, als de ander een gezicht krijgt, als we naar elkaar luisteren, denken wij heel anders over elkaar. Kijk maar eens naar de prachtige film over Lesbos, The Island of All Together.

Ik hoop dat politici, opiniemakers én journalisten zich bewust zijn van de verantwoordelijkheid die zij hebben en de voorbeeldrol die zij vervullen. Het is niet altijd nodig de grenzen van het toelaatbare op te zoeken, soms is het beter je een beetje in te houden. In het belang van de ander. In het belang van de maatschappij. En uiteindelijk ook in je eigen belang.

Op het gebied van racisme is de grens duidelijk overschreden. Dat moet afgelopen zijn, daar is geen enkel excuus voor. Niks ‘ja maar’.

 

Afbeelding: Beeld van Boeddha, pixabay.com.

Advertenties

Uitburgeren: omstreden schijnoplossing

‘Jihadisten verdienen het niet om Nederlander te zijn’, aldus Ockje Tellegen van de VVD in de Tweede Kamer. Het staatsburgerschap als voorrecht. De nationaliteit als machtsmiddel van de staat, dat kan worden ingezet als de nationale veiligheid in gevaar is.

De discussie of het wenselijk of noodzakelijk is om jihadisten het staatsburgerschap af te nemen, wordt op dit moment overal in Europa gevoerd. Terugkerende Syrië-gangers zijn de schrik van de Europese landen, die ieder voor zich de mogelijkheden bekijken om de nationale veiligheid te beschermen. Uitburgering lijkt misschien een goede oplossing, maar in de praktijk dit leidt tot vreemde situaties.

Zo wil de Zwitserse staat het paspoort innemen van een 19-jarige teruggekeerde Syrië-ganger. Hij heeft zich in 2015 bij IS aangesloten en in Syrië geposeerd met een afgehakt hoofd. Zwitserland stelt dat hij hiermee zijn recht op de bescherming van de Zwitserse staat heeft verloren. De persoon waar het hier om gaat, is in Zwitserland geboren en is ook Italiaans staatsburger. Hij wordt dus aan Italië afgeschoven, als hij tenminste nog leeft, want dat weet niemand.

De Zwitserse wet regelt expliciet dat alleen burgers met een dubbele nationaliteit uitgeburgerd mogen worden, dit om stateloosheid te voorkomen. Mensen met een dubbele nationaliteit zijn hierdoor dus kwetsbaarder en worden volgens sommigen zelfs tweederangsburgers: in tegenstelling tot ‘echte’ Zwitsers kunnen zij wél hun staatsburgerschap verliezen.

Nederland kan ook alleen mensen met een dubbele nationaliteit het Nederlanderschap ontnemen. De VVD wil dit nu veranderen: voor jihadisten met een enkele nationaliteit moeten dezelfde regels gelden als voor jihadisten met een dubbele nationaliteit. Dit betekent dat stateloosheid volgens de VVD mogelijk moet worden. Een krasse uitspraak, omdat hiermee internationale afspraken worden geschonden.

Het afnemen van het staatsburgerschap is in verschillende opzichten omstreden. Jihadisten met een dubbele nationaliteit worden doorgeschoven naar een andere staat, in dit voorbeeld van Zwitserland naar Italië. Jihadisten met één nationaliteit worden stateloos gemaakt. Stateloze ballingen die in Nederland zijn opgegroeid zwerven dan door Syrië, Turkije of waar dan ook. Moeten die landen ze dan oppakken en berechten, omdat wij dat niet willen of kunnen? Regina Wecker, emeritus-hoogleraar aan de Universiteit Basel, vindt het onjuist om terroristen aan een andere staat te delegeren. Een staat is verantwoordelijk  voor zijn eigen burgers, dus ook voor terroristen.

Terugkerende jihadisten vormen een gevaar, niet alleen voor het land waar zij vandaan komen, maar voor heel Europa. Zij reizen met of zonder pas door ons continent, hebben overal cellen, netwerken en contacten. Grenzen spelen een ondergeschikte rol: de aanslagen in Parijs werden gepland en voorbereid in Brussel.

Laten we er alles aan doen om te voorkomen dat Europese jongeren radicaliseren. En mocht dit niet zijn gelukt, laten we dan samenwerken, ervaringen delen, informatie uitwisselen. Uitburgeren, doorschuiven, stateloosheid, dergelijke maatregelen lijken misschien daadkrachtig, maar brengen alleen schijnoplossingen. Moslim-extremisme is een Europees probleem, dat schreeuwt om een Europese aanpak.

Van der Bellen is president – en nu?

Na een ware politieke thriller is Alexander Van der Bellen zojuist tot president van Oostenrijk gekozen. Een uiterst kleine meerderheid van de Oostenrijkse kiezers wilde uiteindelijk toch geen rechts-extremistische neonazist aan het roer. Maar dit betekent ook dat vrijwel de helft van de Oostenrijkers hier geen problemen mee heeft, en dat is op zijn zachtst gezegd verontrustend.

Het bruine spook waart al enige tijd door Europa. Waar komt de steun voor rechts-extremisme en neonazisme vandaan? Een onderzoek van de ORF heeft aangetoond dat Hofer vooral wordt gesteund door lager opgeleide mannen op het platteland met slechte toekomstperspectieven. De kiezers van Van der Bellen zijn precies het omgekeerde: academisch opgeleid, wonend in de stad, met goede vooruitzichten en veelal vrouwelijk. Van der Bellen heeft daarnaast meer strategische kiezers achter zich weten te krijgen dan zijn tegenstander Hofer: mensen die op hem stemden om te voorkomen dat de andere kandidaat zou worden gekozen. Wellicht hebben zij wel de doorslag gegeven.

Wat kunnen we leren van deze ervaring in Oostenrijk? Hoe kunnen we voorkomen dat dit binnenkort weer gebeurt, wellicht volgend jaar al in Frankrijk? Waarom voelen deze kiezers zich zo buitengesloten, zo benadeeld, waarom zijn zij zo boos dat zij zo’n radicale stap willen zetten? Waar zijn de middenpartijen gebleven, waarom lukt het niet meer mensen duidelijk te maken dat democratie synoniem is met compromissen sluiten? Maar vooral: hoe krijgen deze kiezers weer perspectief?

Er zijn meer vragen dan antwoorden, maar laten we wel zijn, dit dilemma is dé uitdaging van onze tijd. We zijn verplicht dergelijke signalen serieus te nemen en te zoeken naar antwoorden en oplossingen. In Oostenrijk is het maar net goed gegaan, maar ook weer niet helemaal. Want een deel van de kiezers is nu nog gefrustreerder dan voor de presidentsverkiezingen. En dat zijn juist die kiezers die toch al zo boos en gefrustreerd waren.

We moeten deze spiraal doorbreken, en snel ook. Door goed te luisteren, mensen serieus te nemen, en door eerlijke, positieve informatieverstrekking. Door er alles aan te doen om het broze economische herstel te ondersteunen, door de weer langzaam groeiende welvaart goed te verdelen en ervoor te zorgen dat iedereen het beter krijgt. Dat zijn eerste stappen. Wie heeft nog meer ideeën?

 

Afbeelding: pixabay.com.

 

 

 

 

 

Is de wetgeving wel 21e-eeuw proof?

Zondag kiest Oostenrijk een nieuwe president. Dat is inderdaad wel vaker gebeurd. Maar deze verkiezing kan grote gevolgen hebben voor Europa. Waarom? Omdat Oostenrijkse politici decennialang te laks zijn geweest om de macht van de president goed vast te leggen. Dat was ook niet nodig, omdat twee middenpartijen het ambt onder elkaar verdeelden. Nu een rechts-extremistische kandidaat een gooi doet naar de macht, kan deze nalatigheid wel eens nare consequenties krijgen. Hoog tijd voor andere Europese parlementen om wakker te worden.

De Oostenrijkers kunnen kiezen tussen Alexander Van der Bellen, de voormalige partijleider van de Groenen, en Norbert Hofer van de Vrijheidspartij van Oostenrijk (FPÖ). Hofer heeft de beste kansen. Hij is relatief jong (45 jaar, Van der Bellen is 72 jaar), is charismatisch en belooft simpele oplossingen voor de complexe problemen van onze geglobaliseerde wereld. Grenzen dicht, geen minaretten, eigen volk eerst, ach, we kennen de riedel inmiddels wel. Uiteraard ook meer directe democratie, het volk moet het voor het zeggen krijgen zoals in voorbeeldland Zwitserland.

Hofer is niet zomaar een presidentskandidaat. Ten eerste heeft hij heeft rechts-extremistische, zelfs neonazistische sympathieën en ideeën. Ten tweede wil hij de macht van de president heel anders uitoefenen dan zijn voorgangers dit deden. De Oostenrijkse grondwet biedt hiervoor de mogelijkheden. De oorzaak hiervan gaat terug naar de verwarrende dagen van mei 1945, toen werd besloten het presidentsambt te baseren op de grondwet van 1929.

Terwijl de nieuwe Duitse Bondsrepubliek bewust koos voor een ceremoniële president, baseerden de Oostenrijkers het presidentschap op het autoritaire voorbeeld van de vooroorlogse Duitse Weimar-republiek. Volgens de Oostenrijkse grondwet legt de regering verantwoording af aan het parlement én aan de president. De na-oorlogse presidenten maakten hier geen gebruik van, er was een gentleman’s agreement dat de president zich niet direct met de dagelijkse politiek bemoeide. Dit functioneerde, tot nu toe.

Hofer heeft ambitieuze plannen. ‘U zult zich nog verbazen’, aldus zijn profetische woorden. Hij vindt dat hij tegenover het parlement een soort goddelijk recht heeft op de genade van het volk. Op zijn verkiezingsposters staat niet voor niets: ‘Das Recht geht vom Volk aus’. Deze uitspraak roept enge, zelfs beangstigende associaties op.

Het Oostenrijkse parlement heeft zitten slapen, net als het Duitse parlement. Als gevolg hiervan wordt Böhmermann momenteel in Duitsland vervolgd op basis van een vergeten en verouderde wet die het verbiedt een buitenlands staatshoofd te beledigen. En Oostenrijk kan zondag wel eens een ongewenst machtige president krijgen.

Na deze twee uitglijders doen de parlementen van de Europese landen er verstandig aan de nationale wetgeving nog eens grondig door te pluizen en te bekijken of deze nog wel 21e-eeuw proof is. Want voordat je het weet is de politieke situatie heel anders. In Oostenrijk is het mogelijk zondag al zover. Dat kan wel eens een grote schok worden, niet alleen voor Oostenrijk, maar voor heel Europa.

Het wordt een spannend weekend.

 

Foto: Hofburg Wenen, pixabay.

Zoeken naar een zondebok

Zaterdag was het Eurovisie Songfestival. Na het succes van Douwe Bob in de voorronde waren de verwachtingen in Nederland ineens hooggespannen. Iedereen zweepte elkaar op, sommigen dachten dat Douwe Bob nu zelfs kans had om te winnen. Douwe Bob haalde het niet en eindigde op 11e plaats. Hoe kan dat nou?

Voor een teleurstelling heb je een zondebok nodig, en dat is in dit geval het Eurovisie Songfestival. In een online poll van het Algemeen Dagblad gaf 68% van de respondenten aan dat Nederland nooit meer moet meedoen aan het Eurovisie Songfestival. We zijn niet echt sportieve verliezers.

In Rusland, de gedoodverfde winnaar die derde werd, is de teleurstelling nog veel groter. De voorgestelde maatregelen liegen er dan ook niet om: ‘Rusland denkt over boycot Eurovisie 2017’, aldus het AD.

Wat is er aan de hand? Het winnende lied van Oekraïne heet ‘1944’, en is een aanklacht tegen de deportaties van de Krim-Tataren door Stalin. Een gruwelijke episode uit de Russische geschiedenis die onnoemelijk veel leed heeft veroorzaakt. Het verdriet van de Krim-Tataarse zangeres Jamala was echt, ze zong over het leed van eigen haar familie, dit straalde ze ook uit. In haar persconferentie zei ze dat ze had geweten dat mensen echte gevoelens zouden herkennen en waarderen.

Hoort politiek wel thuis in een Eurovisie Songfestival? Of gaat het om muziek, show, dans, leuke melodietjes en een gezellige avond? Ja, daar gaat het ook om. Maar politiek hoort bij het leven. Conchita Wurst won met een politieke boodschap, en zelfs Abba zong over de nederlaag van Napoleon bij Waterloo. Boudewijn de Groot schreef een prachtig lied over de Vietnam-oorlog, en John Lennon heeft zich in de loop van de tijd ontpopt tot een echte vredesactivist.

Muziek is, net als schrijven of schilderen, een manier om emoties en ideeën te uiten en over te dragen. Het Eurovisie Songfestival biedt artiesten een ongekend groot podium. Artiesten zijn kunstenaars, zij willen ontroeren en sommigen hebben daarbij ook nog een boodschap. Jamala is zo iemand, zij zong vanuit haar hart, vertelde een verhaal en won.

Ik kan me moeilijk voorstellen dat je het niet eens bent met Jamala’s boodschap. Stalin’s deportaties van etnische bevolkingsgroepen waren onmenselijk, gruwelijk, dat vinden de Russen zelf ook. Ze zijn niet voor niets al sinds de tijd van Chroesjtsjov voorbij. Uiteraard is hier meer aan de hand. De Krim-Tataarse Jamala zingt namens Oekraïne, en niet namens Rusland. Dat maakt het exta pijnlijk nu Rusland de Krim heeft opgëeist en overgenomen.

De Russen voelen zich in hun eer aangetast en verwijten Europese landen politiek te hebben gestemd. De zondebok is gevonden: Rusland dreigt volgend jaar niet aan het Eurovisie Songfestival mee te doen. Ook dat is een politieke boodschap.

Muziek en politiek zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ik vind dat Rusland volgend jaar gewoon weer moet meedoen. De Russen hebben nog een jaar de tijd om over het lied van Jamala na te denken. Ik ben benieuwd naar het muzikale antwoord.

Botsing tussen beschavingen?

Verdeel en heers. Deze spreuk is zo oud als de mensheid. Net zoals het verzamelen van steun door datgene te beloven wat mensen graag willen horen. Of deze beloftes ook realistisch zijn, doet nauwelijks terzake. Voorbeelden? ‘We sluiten de grenzen om de vluchtelingenstroom te beëindigen.’ Een andere: ‘als we uit de EU stappen, kunnen we weer zelfstandig beslissen’. En misschien wel de beste: ‘we bestrijden het terrorisme door geen moslims meer in ons land toe te laten’.

De laatste uitspraak is van de kampioen populist van dit moment, Donald Trump. Hoe belachelijk deze uitspraak is, maakte de kersvers gekozen Londense burgemeester Tariq Khan fijntjes duidelijk. Met een Brits gevoel voor understatement deelde hij mee dat hij nog voor januari 2017 naar de VS wil reizen om met zijn collega-burgemeesters van New York en Chicago te overleggen over het beleid in hun steden. Waarom zo’n haast? Stel nou dat Donald Trump tot president wordt gekozen, aldus Khan, dan kom ik de VS straks niet meer in. Trump reageerde als door een wesp gestoken: voor Khan maakt hij een uitzondering, die mag wél komen.

Populisten zetten groepen mensen tegen elkaar op, doen ophitsende uitspraken om de tegenstellingen te vergroten. Of het nou Marokkanen, vluchtelingen, economische migranten of moslims zijn, de hele groep wordt hierbij over één kam geschoren. Minder, minder, minder. Minder wat? Minder Tariq Khan? Minder Ahmed Aboutaleb? Minder mijn buren? Hoezo horen zij er niet niet bij? En waar horen zij dan niet bij? Bij ons, bij het westen? Inderdaad, de Duitse AfD heeft in haar verkiezingsprogramma opgenomen dat de islam niet bij Duitsland hoort. Vermoedelijk hebben de aanhangers een paar jaar zitten slapen of op een andere planeet geleefd. Khan verwoordt het prachtig in Time van deze week: ‘I am the West, I am a Londoner, I’m British, I’m of Islamic faith, Asian origin, Pakistan heritage’.

Khan bestrijdt het bestaan van een botsing tussen de islam en het westen, een idee dat afkomstig is van Samuel Huntington. In het boek ‘The Clash of Civilisations’ uit 1993 beschrijft Huntington een wereld waarin niet de geografische grenzen tussen natie-staten oorlogen veroorzaken, maar de botsingen tussen de beschavingen. Volgens Huntington zullen toekomstige conflicten vooral gaan tussen de moslim- en de niet-moslimwereld. Populisten zoals Trump, Wilders, Le Pen, Petry vergroten de verschillen tussen moslims en niet-moslims maar wat graag. Verdeel en heers is hun adagium.

De ideeën van Huntington zijn omstreden. Mensen van verschillende beschavingen kunnen prima met elkaar samenleven, dat is in heel Europa zichtbaar. Er zijn ook steeds meer mensen die met succes verschillende beschavingen in zich verenigen. Voorbeelden? Rotterdam floreert al jaren onder het burgemeesterschap van Ahmed Aboutaleb. De voorzitter van de Tweede Kamer, Khadija Arib, heeft een Marokkaanse achtergrond, en de grootste hoofdstad van Europa, Londen, heeft nu een moslimburgemeester. Alle drie mensen uit een ‘andere cultuur’ die ook de westerse cultuur dragen. Niet de verschillen tussen beschavingen, maar de haat van extremisten veroorzaakt botsingen tussen mensen. Populisten stoken dit vuurtje maar beter niet meer op, dat kan wel eens verkeerd uitpakken. Trump heeft al bakzeil moeten halen.

Foto: pixabay.com.

Het kopje thee van Job Cohen

Het was een bijzonder weekend: op zaterdag én zondag werden de hoogste temperaturen van Europa gemeten in Nederland, en PSV werd op het laatste moment toch nog landskampioen ten koste van Ajax. Maar ook buiten Nederland gebeurden bijzondere dingen.

Zo werd zaterdag in Warschau de grootste demonstratie in Oost-Europa gehouden sinds de val van de Berlijnse Muur in 1989. Bijna een kwart miljoen mensen gingen de straat op om te demonstreren tegen de rechtse regering, voor de rechtsstaat en voor het EU-lidmaatschap. Het motto van de demonstratie was: ‘Wij zijn en blijven in Europa’.

De Poolse regering heeft geregeld lak aan de normen en waarden waarop de EU is gebaseerd. Zo werden in december 2015 de bevoegdheden van het Hooggerechtshof in een spoedprocedure ingedamd: beslissingen van het Hof zijn alleen nog geldig met een tweederde meerderheid. Ook de persvrijheid staat onder druk. Een nieuwe mediawet biedt de regering de mogelijkheid om kandidaten in leidende functies in de media te benoemen. Deze maatregelen zijn een doorn in het oog van de Europese Commissie. En van veel Polen, zo bleek zaterdag. Het grote succes van deze demonstratie laat zien dat veel Polen liever de Europa Express nemen dan de Transsiberische spoorlijn.

Ook veel Londenaren hebben genoeg van de afnemende tolerantie en van de verdeelpolitiek. De smerige verkiezingscampagne van de Tories om hun burgemeesterskandidaat in het zadel te helpen, mislukte jammerlijk. De focus op het verdelen van bevolkingsgroepen en de pogingen om de Labour-kandidaat te associëren met moslim-extremisme schoten hun doel totaal voorbij.

De Tories hadden nog een sterke troef in handen: de excentrieke, flamboyante, fietsende Tory-burgemeester Boris Johnson zette zich vol in voor zijn opvolger Zac Goldsmith. Qua uiterlijk heeft Johnson wel wat weg van Donald Trump, en net als Trump kan ook Johnson als een blad aan de boom omslaan. Het meest frappante voorbeeld hiervan is het Brexit. Na enig wikken en wegen koos Johnson tegen zijn vriend en studiegenoot Cameron en voor een Brexit. Hiermee hoopt hij vooral zijn eigen politieke carrière op stoom te brengen, en gaat hij dwars in tegen de belangen van de inwoners van de kosmopolitische, internationaal georiënteerde stad Londen.

De Tories betaalden de prijs voor het opportunisme van Johnson en voor de  lastercampagne die zij hadden gevoerd. De Londenaren negeerden de dreigingen en kozen met een ruime meerderheid van 57% voor de moslimkandidaat Sadiq Khan, telg uit een Pakistaanse immigrantenfamilie en zoon van een buschauffeur.

Khan wil een burgemeester voor alle Londenaren zijn. Hij heeft ook een advies voor zijn eigen partij: het moet afgelopen zijn met het navelstaren, politici moeten beter naar hun kiezers luisteren. De Labour-partij moet een ‘tent’ zijn waar iedereen zich goed in voelt, Labour kan geen verkiezing meer winnen met alleen Labour-leden. In ons versplinterde politieke landschap geldt dit voor alle partijen.

Deze verkiezing is dan ook een wijze les voor andere politici: verbinden werkt beter dan verdelen. Het kopje thee van Job Cohen was misschien zo gek nog niet.

Afbeelding: pixabay.com.

Een beetje dom

Het klinkt zo makkelijk: ‘we stappen uit de EU’. Zo makkelijk zelfs, dat de Britten erover stemmen met een simpel ja of nee. En dan is het klaar, toch? Welnee, als het volk heeft beslist, begint de politieke worstelpartij pas. Ruim twee jaar wordt er hier in Zwitserland al gehannest met het omzetten van het massa-immigratie-initiatief, en er is nog geen millimeter vooruitgang geboekt. Iets soortgelijks hangt de Britten straks boven het hoofd als zij kiezen voor een Brexit.

Terwijl politici in zaaltjes en in televisiestudio’s populaire slogans uitroepen, heeft een onafhankelijke Britse commissie bestaande uit 19 leden van de verschillende partijen zich gebogen over de vraag hoe een eventueel Brexit zou verlopen. En dat blijkt ingewikkelder dan het simpele ‘Say no, believe in Britain’ van UKIP, of het ‘Lets’s take back control. Vote Leave’ van Boris Johnson.

Er zijn grote struikelblokken op de weg naar een Brexit. Wat gebeurt er bijvoorbeeld met de twee miljoen Britten die buiten het Verenigd Koninkrijk wonen? En met het ongeveer even grote aantal EU-burgers in het VK? Mogen zij blijven, moeten zij weg, behouden zij hun opgebouwde rechten als het VK geen EU-lid meer is? Een ander probleem is de handel met EU-landen. Met het EU-lidmaatschap vervalt ook de toegang tot de Europese binnenmarkt, en heeft het VK een handelsverdrag met de EU nodig. Dit is een lang proces, dat gemiddeld vier tot negen jaar duurt. Hoe moeten Britse bedrijven in de tussenliggende jaren zaken doen met hun klanten in de EU?

Het proces van uittreding uit de EU moet in prinicipe in twee jaar zijn afgerond, maar de commissie betwijfelt of dit gaat lukken. De onderhandelingen over uittreding en nieuwe samenwerking kunnen wel eens heel taai worden. En er is nog een hindernis: het steeds machtiger wordende Europese Parlement heeft het recht om niet toe te stemmen met de Britse uittreding. Gezien de grote gevolgen die een Brexit heeft voor zo’n vier miljoen EU-burgers, kan het parlement dit wel eens gaan doen.

Tijdens de lange jaren van onderhandelingen kan bovendien veel gebeuren: de VK kan een andere regering krijgen, de Schotten kunnen afsplitsing gaan eisen, bedrijven kunnen de druk gaan opvoeren. En wat de regering ook belooft, niets weerhoudt een lidstaat ervan om tijdens de onderhandelingen zijn mening te herzien en het verzoek om uittreding terug te trekken.

Misschien stemmen de Britten wel over iets waar ze helemaal niet over kúnnen stemmen. Het VK kan niet zonder de EU, en de EU niet zonder het VK. Deze samenwerking moet worden geregeld, linksom of rechtsom. Een stem voor of tegen een Brexit is dan ook vooral een politiek statement. Cameron heeft met zijn ijdelheid een onnodige en zinloze strijd ontketend. Dit referendum is een geld- en tijdverspillende onzin, wat niet alleen de Britse kiezers maar ook de andere EU-burgers frustreert en de democratie in Europa ondermijnt. De enige winnaars zijn de populisten. Een beetje dom van Cameron.

Het sprookje van Andreas

Er was eens een dorpje waar iedereen gelukkig was. De mensen hadden genoeg te eten, leefden in vrede en iedereen kende elkaar. De weiden rondom het dorpje waren groen, de akkers vruchtbaar en er was genoeg regen. De koeien hadden bellen, de kerkklok bingelde elk halfuur en op zondag gingen alle mensen naar de kerk.

Maar toen gebeurde er iets vreselijks. Er kwam een ambtenaar van de staat naar het dorpje met de mededeling dat tien mensen van heel ver weg voorlopig in het dorpje zouden komen wonen. Deze mensen noemden zichzelf vluchtelingen uit een oorlogsgebied, maar waarschijnlijk waren het gewoon gelukzoekers. Economische vluchtelingen, mensen op zoek naar een beter bestaan, naar een bestaan zoals in het dorpje. Hoe durven ze? En erger nog: het waren mensen met een andere godsdienst, met een andere huidskleur, met een andere cultuur. Zij zouden nooit mee kunnen doen aan het grote varkensslachtfeest in november, of met het kerst- of paasfeest.

De paniek was groot, en de dorpsbewoners kwamen bij elkaar om deze vreselijke situatie te bespreken. Tien mensen in een dorp van 2.100 inwoners, stel je voor! Dat is het begin van het einde. Als we deze mensen toelaten, komen er straks nog meer, en dan nog meer als ze horen hoe fijn het hier is. Dan komt iedereen naar ons dorpje toe, dan is ons dorpje ons dorpje niet meer.

Maar er waren ook dorpelingen die het juist wél goed vonden dat er tien mensen kwamen. Zij deden heel erg hun best voor de vluchtelingen, maar dit mocht niet baten. De bewoners besloten met een kleine meerderheid dat zij de staat een zak met geld gingen geven, en dat zij in ruil daarvoor deze tien mensen niet hoefden op te nemen.

De baas van het dorpje was blij en opgelucht. Sterker nog, hij riep alle andere dorpjes op om hetzelfde te doen. Dat is een burgerplicht, zo zei hij. Zijn droom werd steeds groter: alle dorpjes moesten samen een groot prikkeldraadhek om het land bouwen, zodat er geen nieuwe vluchtelingen of gelukzoekers meer bij konden komen. Zo konden de dorpjes alles alleen voor zichzelf houden. En iedereen leefde nog lang en gelukkig.

Aldus het sprookje van Andreas Glarner, parlementariër en woordvoerder asielpolitiek van de SVP, en Gemeindeammann van Oberwil-Lieli in Aargau. Onder zijn leiding heeft de bevolking onlangs met een kleine meerderheid besloten de toegewezen tien asielzoekers niet op te nemen. In ruil hiervoor betaalt Oberwil-Lieli CFH 290.000 per jaar aan de Bond. Dit laatste moeten de bewoners overigens nog wel goedkeuren.

Het vluchtelingenvraagstuk heeft het vredige dorp gespleten. De voorstanders van de opname van vluchtelingen, bijna de helft van de bewoners, voelen zich buitengesloten. Toch staan zij niet alleen. Het artikel in de Tagesanzeiger had binnen een paar uur al zo’n 500 reacties. Veel lezers nemen het prikkeldraad rondom Zwitserland op de hak. ‘Niet overdreven reageren’, zo schrijft Tom Lips. ‘Prikkeldraad rondom Oberwil-Lieli is meer dan genoeg om Zwitserland te beschermen tegen slechte invloeden’. De droom van Andreas Glarner kan wel eens een sprookje blijken te zijn.

Boze burgers binden

De AfD heeft besloten. De islam hoort niet tot onze maatschappij, minaretten, boerka’s en ritueel slachten worden verboden. De staat stimuleert het krijgen van kinderen (alleen van de eigen bevolking), het aantal abortussen moet naar beneden en het gezin van vader, moeder en kinderen is de hoeksteen van de samenleving. De dienstplicht voor mannen wordt weer ingevoerd, de grenzen worden bewaakt en er worden hekken gebouwd. Immigratie is gebaseerd op kwalititatieve criteria: alleen hoogopgeleide immigranten en schaarse vakkrachten die willen integreren zijn nog welkom. Klimaatverandering is propaganda, de omschakeling naar duurzame energie moet worden teruggedraaid, kerncentrales blijven open. Er komt meer directe democratie, de euro moet verdwijnen en als de regering dit niet doet, komt er een referendum over het uittreden uit de euro. De Nato wordt een Europese verdedigingsalliantie, de banden met Rusland worden aangehaald, de EU wordt opgeheven en heropgericht als een economisch samenwerkingsverband, naar voorbeeld van de vroegere EG. TTIP gaat niet door.

Dit zijn de programmapunten van Alternative für Deutschland (AfD), de snelgroeiende rechts-populistische partij in Duitsland. Deze nieuwe partij lijkt de ideeën van verschillende Europese zusterpartijen bij elkaar te hebben geharkt: van de PVV (afkeer van de islam), de Zwitserse SVP (minarettenverbod), het Front National (vriendschap met Rusland), de FPÖ (eigen volk eerst) in Oostenrijk, om er maar een paar te noemen. Met dit rommelige programma probeert de AfD ontevreden kiezers van allerlei pluimage aan zich te binden. De hoofdthema’s zijn in het hedendaagse Europa universeel: immigratie, islam, EU, open grenzen. De AfD voegt hier een reis naar het verleden aan toe: het gezin, abortus, de Duitse mark, de EG, atoomernergie en nauwere banden met Rusland.

De AfD wil een nationale volkspartij zijn, geen protestpartij maar een regeringspartij. De partij droomt er zelfs al van de president te leveren, zeker nu dit in Oostenrijk wel eens kon gaan lukken. Om dit te bereiken, probeert de AfD álle soorten boze burgers aan zich te binden. Of dit op den duur succesvol is, is zeer de vraag.

Niet alle AfD-leden zijn onverdeeld gelukkig. Voor sommigen is het programma te radicaal, zij willen wel de politieke islam veroordelen, maar niet de religie. Voor anderen is het juist te mild, zij eisen dat Duitsland uit de Nato stapt of de abortuswetgeving verscherpt. Het bestuur bepaalde, en als de discussie in haar ogen de verkeerde kant opging, werd deze beëindigd. Martin Klingst heeft voor deze aanpak een nieuw woord bedacht: democratuur.

Net als dat het programma voor alle boze burgers wel wat goeds heeft, heeft het voor alle tegenstanders wel wat weerzinwekkends: voor moslims, joden, homo’s, immigranten, mensen zonder kinderen, kosmopolieten, groenen, EU-aanhangers of atheïsten, zij zijn allemaal de klos. De commentaren in Duitsland liegen er dan ook niet om. De overheersende mening is dat dit een reactionair, racistisch, populistisch programma is zonder constructieve oplossingen. Een programma dat de Duitse democratische pluralistische maatschappij verdeelt en de grondwet schendt. De AfD kan hiermee zijn doel wel eens voorbijgeschoten zijn en een schreeuwende protestpartij blijven. Ik zal er geen traan om laten.