Staalstrijd

Gisteravond maakte Tata Steel Europe bekend de staalproductie in het Verenigd Koninkrijk te beëindigen. Nu de Chinese economie langzamer groeit, heeft China overproductie en dumpt het massaal staal op de Europese markt. Van 2014 tot 2015 verdubbelde de hoeveelheid geïmporteerd Chinees staal, terwijl de prijs vrijwel halveerde en nu ver onder de kostprijs ligt. De Europese Commissie wil de staalsector tegen deze oneerlijke concurrentie beschermen door de invoerrechten op Chinees staal te verhogen van 9% naar 16%. Zo vreemd is dat niet: de VS heft op sommige staalproducten invoerrechten van 236%.

De meeste lidstaten zijn het met de Commissie eens, maar Cameron ligt dwars. Als neoliberaal vindt hij dat de vrije markt zijn werk moet doen. Cameron vreest dat een verhoging van de invoerrechten tot duurder staal leidt, wat andere industrieën en ook consumenten zal treffen. Maar hoe kun je van een vrije markt spreken als 80% van de Chinese staalindustrie in handen is van de overheid, die deze ook nog eens zwaar subsidieert?

De staalindustrie is belangrijk voor Europa, de EU werd zelfs opgericht als de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. De staalsector biedt direct werk aan 300.000 mensen, en indirect aan nog eens het drievoudige. Staal is de grondstof voor andere industrieën, van auto’s tot aan de bouw en elektronica. Als we in Europa geen staalindustrie meer hebben, worden we afhankelijk van de prijzen die de Chinezen of de Russen ons berekenen – en die kunnen dan wel eens snel gaan stijgen.

De zorgen zijn dan ook groot. Midden februari was er in Brussel een demonstratie, georganiseerd door werkgevers met steun van werknemers. De demonstranten riepen de Europese Commissie op om China niet te erkennen als markteconomie. Voor een markteconomie gelden namelijk andere regels met betrekking tot dumping, en als die ingaan kan de Europese staalindustrie wel opdoeken. Maar ook hier is Cameron weer een buitenbeentje, hij wil China juist zo snel mogelijk als markteconomie erkennen.

De houding van de Britse regering is onbegrijpelijk. De sluiting van Tata Steel gaat 15.000 Britten hun baan kosten, in economisch toch al niet zo sterke gebieden zoals het zuiden van Wales. Britse vakbondleiders reisden daarom onlangs naar Mumbai om de leiders van Tata te vragen toch alstjeblieft de staalwerken open te houden. Ze kregen nul op het rekest.

De aankondiging van Tata Steel heeft Cameron in het nauw gedreven. Nationalisatie is voor hem geen optie, dat is vloeken in de kerk. Hij denkt er nu over om Tata Steel tijdelijk financieel te ondersteunen, totdat er een koper is gevonden. Maar zonder hogere invoerrechten, zonder maatregelen om de staalindustrie te beschermen tegen de agressieve methodes van de Chinezen, komt er geen koper. En als de Europese Commissie China als markteconomie erkent, al helemaal niet. De oplossing? De EU de schuld geven. Ja toch?

 

Advertenties

Angst, emoties en feiten

Vorige week werden we opgeschrikt door terroristische aanslagen in Brussel. De symbolische waarde van deze aanslagen, die voelen als een dolksteek in het hart van de EU, is groot. Toch is Europa niet het hoofddoelwit van islamisten, integendeel, slechts 3% van alle terrorismeslachtoffers komt uit westerse landen. Ook de onveiligheid valt mee: het aantal terroristische aanslagen in Europa is de afgelopen jaren gedaald.

Bovenstaande grafiek toont het aantal terroristische aanslagen in West-Europa van 1970 tot 2015. Zoals is te zien, waren terroristische aanslagen in de laatste drie decennia van de vorige eeuw schering en inslag. In die jaren werd West-Europa geteisterd door aanslagen van links- en rechtextremisten, van onder meer de RAF in Duitsland, de ETA in Baskenland en de IRA in Noord-Ierland. We leefden ermee, we gingen door en niemand had het over het uiteenvallen van de EU.

Waarom doen we dat nu dan wel? Is een bom van een Baskische vrijheidsstrijder minder erg dan die van een geradicaliseerde moslimjongere? Wat is de rol van de media in deze? Met het internet gaat alles sneller, iedereen kan alles posten, om op te vallen moet je steeds harder schreeuwen. Kranten concurreren niet alleen met nationale media maar ook met de internationale media. Als gevolg hiervan rolt iedereen over elkaar heen om nóg sneller nóg bloediger foto’s te publiceren, of nóg gruwelijker verhalen op te tekenen. En wij lezers en consumenten doen mee. Waarom willen we eigenlijk al die pushberichten over het alsmaar stijgende aantal doden, waarom volgen we de berichtgeving van minuut tot minuut?

Natuurlijk, elke aanslag is een menselijk drama van grote omvang, elk leven dat hiermee verloren gaat, is een ongelooflijk verlies. Ook zijn aanslagen voor degenen die er vlakbij waren een zeer traumatische ervaring. Maar de meesten van ons waren niet in de buurt en zijn ook niet persoonlijk getroffen. Wij laten ons ophitsen door de media en worden meegesleept in een algemene golf van angst. Dit speelt zowel IS als populisten in de kaart. IS wil onze maatschappij ontwrichten, het samenleven tussen de verschillende bevolkingsgroepen verstoren, haat zaaien tussen Europeanen, tussen moslims en niet-moslims. Populisten willen een einde maken aan de EU, aan de open grenzen en daarmee uiteindelijk ook aan onze vrijheid en welvaart.

Het is belangrijk de kalmte te bewaren en de feiten in ogenschouw nemen. Onderzoek heeft uitgewezen dat minder dan 1% van de moslimbevolking in Europa mogelijkerwijs zal radicaliseren, anders gezegd, 99% is het niet met deze terroristen eens. Lang niet alle aanslagen in Europa zijn het werk van islamisten: iets meer dan eenderde van de terroristische aanslagen sinds 2001 had een islamistische achtergrond. Ook is het aantal slachtoffers van aanslagen relatief gering: sinds 9/11 zijn circa 450 westerlingen gestorven ten gevolge van terroristische aanslagen. Ter vergelijking: in Europa vallen per dag 70 verkeersdoden, en in Nederland sterven jaarlijks zo’n 1.700 mensen na een val. En toch stappen we zonder angst in een auto en lopen we elke dag trappen op en af. De mens is niet altijd een rationeel wezen.

 

Afbeelding: ‘Terrorangriffe in Westeuropa (1970-2015)’, Global Terrorism Database, https://krautreporter.de/1412–der-zusammenhang-islamistischer-terror-in-europa.

 

Over eieren, zweepjes en vliegend aardewerk

Europa is een bijzonder continent. In veel opzichten zijn we verenigd: zo wordt het paasfeest in heel Europa gevierd, als religieus feest en als familiefeest. Pasen is onlosmakelijk verbonden met eieren schilderen, een traditie die stamt uit de rooms-katholieke en orthodoxe kerk. Na de vastentijd werden de eieren naar de kerk gebracht, waar ze in een speciale ceremonie werden gezegend. Gezegende eieren waren gekookt en gekleurd, om ze te kunnen onderscheiden van niet-gezegende eieren. De volgende ochtend werden de eieren tijdens het ontbijt opgegeten.

Maar er zijn ook grote verschillen tussen de tradities van Europese landen. Veel paastradities in Europa stammen nog uit de heidense tijd. Zo slaan in Tsjechië de jongens de meisjes met zweepjes van wilgentakken, versierd met kleurig lint. Hiermee brengen zij hun kracht over op de meisjes, die hun in ruil een ei geven, het symbool voor lente en verjonging van de natuur. In buurland Slowakije, maar ook in andere midden-Europese landen, gooien de jongens water over de meisjes heen. Volgens een oude Slavische traditie symboliseert water magische kracht.

Op het Griekse eiland Corfu gaat het er nog ruiger aan toe: hier smijt men aardewerk van het balkon, waarbij het de bedoeling is om zoveel mogelijk lawaai te maken. Grote potten gevuld met water of wijn zijn het meest succesvol. Veel lawaai brengt geluk en wordt beloond met een luid applaus. In Litouwen kleurt men eieren met natuurlijke materialen zoals uienschillen, rogge en bladeren. Hiermee worden vervolgens eiergevechten gehouden: degenen met de sterkste eieren wint en zal volgens de overlevering lang leven.

Ook het ontsteken van paasvuren is zo’n oud heidens gebruik, dat op veel plaatsen in Europa in allerlei verschillende vormen te vinden is. In de Alpen is het bijzonder spectaculair om de vuren hoog in de bergen te zien branden. Paasvuren zijn ook een Nederlandse traditie: in Drenthe, Groningen, Friesland, Overijssel, Noord-Brabant en Gelderland worden paasvuren ontstoken.

Tradities blijven soms eeuwen bestaan, maar ze kunnen ook verdwijnen. We eten op vrijdag tegenwoordig gewoon vlees, er zijn allang geen processies meer in dorpen, en we bakken op 1 november geen boekweitkoeken meer met de hele familie. Veranderingen in tradities kunnen daarentegen tot heftige en emotionele reacties leiden. Zo moet Zwarte Piet beslist zwart blijven, en verkoop je chocolade paaseitjes niet als verstopeitjes, ook al zijn ze bedoeld om te verstoppen. En paaseieren zijn beslist geen lente-eieren.

Maar tijden veranderen, mensen veranderen, en als mensen dat willen, veranderen zij ook hun tradities. Zo heeft Zwarte Piet geen roe meer om kinderen mee te slaan en neemt hij ze ook niet meer in een zak mee naar Spanje. Mensen voeren ook nieuwe tradities in. Voorbeelden?  Halloween en Valentijnsdag zijn in Nederland relatief nieuwe tradities. Net als een bezoek aan een attractiepark of een Meubelboulevard op Tweede Paasdag. Daar had een eeuw geleden echt nog niemand van gehoord.

Vrolijk paasfeest!

 

 

Terroristen mogen niet winnen

Aanslagen in Brussel, hoofdstad van België en hoofdstad van Europa, te verschrikkelijk voor woorden. In de eerste plaats gaan onze gedachten uit naar iedereen die direct of indirect is getroffen door deze terreurdaad.

Meteen daarna komt het besef dat terroristen niet mogen winnen. De vice-burgemeester van Brussel, Rudi Vervoort, riep de bevolking van Brussel dan ook op tot solidariteit. ‘We willen een sterke boodschap uitzenden’, aldus Vervoort, ‘we moeten zo snel mogelijk terug naar normaliteit. Onze waarden zijn sterker, de democratie zal zegevieren.’ Laat deze oproep gelden voor alle Europeanen.

 

What’s in a name?

Dat premier Rutte goed is in optimistische uitspraken en niet uit te voeren beloftes, is algemeen bekend. Zo zou iedere Nederlander 1.000 euro lastenverlichting krijgen als Rutte premier zou worden. Heeft iemand wat gehad? Ook zou er volgens Rutte na 2012 geen cent meer naar de Grieken gaan. We weten inmiddels wel beter. Eind januari deed Rutte weer zo’n belofte, maar dit keer aan het Europees Parlement. Hij beloofde het EP de vluchtelingenstroom binnen zes tot acht weken tot bijna nul terug te zullen brengen. ‘Loze beloftes’, aldus de oppositie in Nederland. Maar dit keer zette Rutte niet alleen zichzelf, maar ook de andere EU-landen onder druk. Er moest nu dus echt wat gebeuren.

Het vele lobbywerk resulteerde afgelopen vrijdag in een akkoord tussen de EU en Turkije over het beheersen van de vluchtelingenstroom. Het is een omstreden plan. Het kost de EU veel geld – versnelde uitbetaling aan Turkije van een eerder toegezegd bedrag van drie miljard euro – en nog eens drie miljard euro extra. Bovendien mogen Turken binnenkort visumvrij de EU in, én hebben de EU-landen moeten beloven om de toetredingsonderhandelingen met Turkije uit de ijskast te halen. Net nu de mensenrechten in Turkije behoorlijk onder druk staan, zijn hierover terecht bedenkingen.

Ook is het niet duidelijk of het plan wel gaat werken: vluchtelingen moeten snel worden geregistreerd, geselecteerd en eventueel worden teruggestuurd, een reusachtige logistieke operatie die ook organisatorisch nog eens erg lastig is. De burgemeester van Lesbos, Spyros Galinos, begrijpt de wereld niet meer: waarom moeten mensen eerst met een gammel bootje naar zijn eiland oversteken, om ze daarna terug te sturen? En over vluchtelingen- en mensenrechten zullen we het maar niet eens hebben.

Maar niemand heeft een beter idee, en nu het voorjaar is en de oversteek voor vluchtelingen en mensensmokkelaars minder riskant wordt, moet de EU iets doen. In tegenstelling tot eerdere crises, waarin de EU verlamd was door verdeeldheid, is er nu overeenstemming. Is Rutte dan de overwinnaar? Het lijkt er wel op. Er is een deal binnen de door hem genoemde termijn van zes tot acht weken. De EU heeft eindelijk weer eens succes in onderhandelingen, en ook de Turken zijn blij want zij zitten eindelijk weer met de EU aan tafel. Syrische vluchtelingen worden humanitair behandeld en in de EU opgenomen – dat wordt in ieder geval gezegd.

Toch is Rutte nog niet helemaal zeker van zijn zaak. Hoe we dat weten? Vanwege de naam van dit plan. Eind januari tekende de NOS op dat ‘de premier het uitdrukkelijk het plan-Samsom noemt en niet het plan-Samsom-Rutte’. Ook vrijdag in Nieuwsuur claimde hij de naam van het plan niet, ook niet na veel aandringen van de journalist. Hij draaide als een kat om de hete brij heen. Waarom? Een typische Ruttiaanse gedachtenkronkel geeft het antwoord: je geeft een plan een andere naam als het nog niet succesvol is.

Het blijft dus nog even het plan ‘Samsom’, het plan ‘kabinetsbrief van 8 september’ of het plan ‘EU-Turkije’. Maar als de vluchtelingenstroom hierdoor inderdaad wordt ingedamd, moet de naam alsnog worden veranderd in het plan Samson-Rutte. Of liever nog: het plan Rutte. Tenminste, als we Rutte’s theorie volgen.

 

 

Een kat in nood maakt rare sprongen

Toerisme in de bergen is kwetsbaar. Het seizoen is kort en afhankelijk van niet te beïnvloeden factoren zoals de hoeveelheid sneeuw en het weer. In Zwitserland heeft het bergtoerisme met nog een extra factor te kampen: de wisselkoers van de Zwiterse frank. Sinds de Zwitserse Nationale Bank begin januari 2015 geheel onverwacht de koersondergrens van de Zwitserse Frank losliet, is de toch al dure frank nog veel duurder geworden ten opzichte van de euro. Voor de toeristenindustrie betekende dit de doodklap: er kwamen dit jaar net zoveel toeristen naar Zwitserland als in 1958. De rechtspopulisten hebben nu een idee gelanceerd om dit probleem aan te pakken.

Het winterseizoen van 2015/2016 was een ramp voor het toerisme in de bergen. Veel te weinig sneeuw, te hoge temperaturen en ook nog eens een dramatisch dure frank. De hotelovernachtingen van buitenlandse gasten namen deze winter dan ook af met 8,4% tot 1,3 miljoen. De sterkste daling werd gemeten bij toeristen uit de EU, namelijk 11% en onder Duitsers zelfs 14,6%. Door de lage koers van de roebel kwamen ook de rijke Russen niet meer. En tot overmaat van ramp bleven ook de Zwitserse toeristen nog weg: er kwamen 5,2% minder Zwitsers, waarmee hun aantal hotelovernachtingen eveneens uitkwam op 1,3 miljoen. Toch is dit niet verbazend: door de sterke frank zijn vakanties in de EU voor Zwitsers juist veel goedkoper geworden, en ook Zwitsers moeten in toenemende mate op de kleintjes gaan letten.

Aan deze ontwikkeling wil de SVP-parlementariër Lukas Reitmann nu wat gaan doen. Hij stelde in de zondageditie van de Tagesanzeiger voor om Zwitsers voor bepaalde tijd belastingaftrek te geven als zij vakantie vieren in eigen land. Volgens Reitmann is dit een snelle, onbureaucratische oplossing met een grote uitwerking. De lagere belastinginkomsten van de Bond worden volgens Reitmann gecompenseerd door de hogere belastingen die toerismeondernemingen gaan betalen. En bovendien leidt het ook nog eens tot behoud van werkgelegenheid. Een win-winsituatie, dus.

Dit voorstel is om verschillende redenen vreemd. Als rechtse partij is de SVP, net als bijvoorbeeld de Republikeinen in de VS, voorstander van een kleine staat en een vrije markteconomie. Maar nu het niet goed gaat met het toerisme, moet de staat ineens door middel van belastingmaatregelen ingrijpen in de markt, in het proces van vraag en aanbod. En denkt de heer Reitmann wel eens verder dan de Zwitserse grens? Stel je voor dat ieder land zijn eigen burgers gaat belonen als zij in eigen land vakantie vieren. Dan kan de toerisme-industrie hier in Zwitserland de deuren wel sluiten: uiteindelijk komt nog altijd de helft van de toeristen uit het buitenland. Ook het signaal naar andere landen is niet echt sympathiek: wij willen onze eigen toeristen behouden, betalen daar zelfs voor, maar willen ook die van jullie hebben. Dergelijk protectionisme voert nergens toe, dat heeft de geschiedenis wel bewezen.

Een proefballonnetje of een serieus voorstel? We zullen het zien. De dure frank is hoe dan ook een drama voor de Zwitserse exportbedrijven en de toerisme-industrie. Daar helpt geen lieve SVP aan. De weergoden offers brengen en vragen om meer sneeuw is waarschijnlijk succesvoller. Een kat in nood maakt rare sprongen.

 

 

Over koeienbellen en democratie

Zwitserland is een gespleten land. Modern en geglobaliseerd, lokaal en conservatief. Zoals in veel landen, is er ook hier een groot verschil tussen de steden en het platteland. Het Zwitserse platteland is veelal bergachtig, pittoresk en behoudend. Nederlanders in Zwitserland wonen graag in dorpen, het is er mooi, rustig en meestal ook goedkoper dan in de stad. Zo ook Nancy Holten. Zij vertrok ruim dertig jaar geleden naar Zwitserland, en woont in Gipf-Oberfrick.

Gipf-Oberfrick telt zo’n 3.500 inwoners en heeft een ‘gezonde mix van de bevolkingsstructuur’, schrijft de gemeente op haar website. Door de komst van nieuwe inwoners is het dorp veelzijdiger, opener en spannender geworden, zo gaat het verder, waarbij het belangrijk is dat de oorspronkelijke bevolking de tradities en oude gebruiken van het dorp in ere houdt.

Nancy Holten heeft wat andere opvattingen dan de traditionele bevolking van Gipf-Oberfrick. Zij is veganist en dierenliefhebber, en heeft te doen met de koeien die de hele dag een rinkelende bel om hun nek hebben. Dus begint Nancy actie te voeren tegen koeienbellen. Maar, en dit had zij kunnen weten, koeienbellen zijn wel een echt Zwitserse traditie, voor velen zelfs nationaal erfgoed. Een soort Zwarte Piet, zou je kunnen zeggen.

Ten tijde van Nancy’s actie publiceerde de Zürcher universiteit ETH de resultaten van een onderzoek naar de gevolgen van koeienbellen. Koeien die de hele dag met een bingelende bel om hun nek lopen zijn meer gestresst, hebben vaker gehoorproblemen en geven minder melk. Maar het is een traditie, dus kregen de onderzoekers haatmails en bedreigingen, zoals dat tegenwoordig wel vaker gaat.

Ook Nancy kreeg ervan langs. Persoonlijk, in de pers en op Facebook, waar zelfs een pagina werd opgericht met de veelzeggende titel: ‘Nancy Out! Den Schweizern zuliebe’. Volgens de sensatiekrant Blick willen veel Zwitsers Nancy maar wat graag terugsturen naar Nederland, maar wil Nederland haar niet meer hebben.

En toen deed Nancy iets onverwachts: ze vroeg de Zwitserse nationaliteit aan. Ze voldeed aan alle eisen, maar haar dorpsgenoten waren woedend op haar. Nancy had openlijk gesproken tegen koeienbellen: als je dat doet, snap je niets van Zwitserland, en kun je geen echte Zwitser worden. Dus stemden de burgers van de gemeente Gipf-Oberfrick, echte ‘Schweizer Macher’, met 144 tegen 48 stemmen tegen haar inburgering. Degenen die toch voor stemden, werden met luid boegeroep uitgejouwd.

In het land dat zo trots is op zijn lange democratische traditie mag Nancy geen Zwitser worden omdat zij een andere mening heeft. Sommige burgers schaamden zich achteraf wel een beetje, zoals iemand die zei dat het niet ging om wat Nancy zegt, maar om hoe ze het zegt. Ze is zo radicaal. En daar houden ze in Gipf-Oberfrick nu eenmaal niet van.

Een fijn weekend!

 

Gratis geld?

Een onvoorwaardelijk basisinkomen voor iedereen, een inkomen dat mensen bestaanzekerheid biedt. Nu werk voor veel mensen niet meer zo vanzelfsprekend is en de voortschrijdende technologie nog meer banen dreigt te vernietigen, lijkt het onderwerp actueler dan ooit. De discussie is bepaald niet nieuw: filosofen, wetenschappers en politici van Thomas More tot Franklin Roosevelt, van Milton Friedman tot Martin Luther King Jr. hebben over het basisinkomen nagedacht en geschreven.

Gisteren ging in Zwitserland de campagne van start voor een volksinitiatief dat een onvoorwaardelijk basisinkomen wil invoeren. De tekst van het initiatief is opzettelijk vaag: er worden geen bedragen of invoeringstermijnen genoemd, en ook zegt de initiatieftekst niets over de financiering. Dit zijn latere zorgen, het gaat de initianten om de discussie over de wenselijkheid van een basisinkomen voor iedereen, rijk of arm, gezond of ziek, oud of jong, alleen of samenlevend.

Niet alleen in Zwitserland, maar ook in de EU wordt over dit idee nagedacht. De poging om een Europees Burger Initiatief over het basisinkomen van de grond te krijgen, mislukte; het minimumaantal handtekeningen van 1 miljoen werd in 2014 niet gehaald. Maar de initiatiefnemers gingen door en startten de organisatie Unconditional Basic Income Europe, UBIE. Naast een website met uitgebreide informatie en persberichten organiseert de UBIE congressen en bijeenkomsten.

De afstemming in Zwitserland op 5 juni a.s. is een lakmoesproef voor de publieke opinie met betrekking tot het basisinkomen. Uit onderzoek van DemoSCOPE onder Zwitserse stemburgers blijkt dat slechts 2% van de respondenten zou ophouden met werken als zij een basisinkomen zouden krijgen. 53% verwacht verwacht meer tijd door te brengen met familie, 54% zegt meer tijd te gaan besteden aan opleidingen, en 22% zou een eigen bedrijf beginnen. Ook zegt 40% meer tijd te zullen besteden aan vrijwilligerswerk.

Het grootste deel van de respondenten (56%) verwacht niet dat het basisinkomen ooit wordt ingevoerd, en slechts 3% gelooft dat dit referendum daadwerkelijk leidt tot de introductie van het basisinkomen. Ook de initianten zelf hebben geen hoge verwachtingen. Zij staan politiek alleen, geen enkele politieke partij ondersteunt het initiatief. Maar volgens Daniel Häni, een van de initiatiefnemers, heeft dit ook voordelen: politieke partijen gaan zo niet aan de haal met het idee.

Als 20% van de kiezers Ja zegt tegen het idee, is dit voor de initianten al een doorbraak. Het succes, de invoering, is volgens hen dan nog een kwestie van tijd. Häni denkt dat de jaloezie die in onze maatschappij zo prominent aanwezig is, dit idee voorlopig nog wel zal blokkeren. Hij verwacht dan ook dat het basisinkomen eerder in de VS wordt ingevoerd dan in Europa: in de VS heerst meer het idee dat iedereen zo moet leven als hij wil. Morele beoordeling is minder belangrijk dan bij ons. We zullen het zien, 5 juni is in ieder geval een datum om te onthouden.

 

 

Groene ideeën, zwarte cijfers

Wie kent deze man? Op het eerste gezicht is dit misschien een wat saaie, oudere man. Maar Winfried Kretschmann, want dat is zijn naam, is bepaald niet saai. Gisteren won hij overtuigend de parlementsverkiezingen in de Duitse deelstaat Baden-Württemberg, een Bundesland met 11 miljoen inwoners en een boomende economie. En dat deed hij niet voor de liberalen, de christen-democraten of de socialisten, maar voor de groenen.

In 2011 werd Kretschmann minister-president van Baden-Württemberg. Het toenmalige verkiezingssucces van zijn groene partij werd vooral toegeschreven aan het zogenaamde Fukushima-effect. Na deze nucleaire ramp in Japan begonnen alle milieupartijen in Europa aan een opmars, zo ook de groenen in Baden-Württemberg. Maar vier jaar later blijkt Kretschmann bepaald geen eendagsvlieg te zijn. Hij zich ontwikkeld tot een populaire minister-president: zijn partij behaalde gisteren maar liefst 30,3% van de stemmen (24,2% in 2011) en werd daarmee in één klap de grootste partij in Baden-Württemberg.

Kretschmann heeft een duidelijke visie, een missie. Hij ziet toekomst in groene technologieën, die volgens hem een belangrijke groeimarkt zijn. Zijn streven is met groene ideeën zwarte cijfers te schrijven, en dat is hem de laatste vijf jaar goed gelukt. Baden-Württemberg heeft de hoogste economische groei van Duitsland, in combinatie met de laagste werkloosheid. De deelstaat investeert het meeste van heel Europa in onderzoek en ontwikkeling: 5,1% van het BNP gaat naar R&D.

De economische groei gaat in Baden-Württemberg hand in hand met zorg voor het milieu en de natuur, en met verdraagzaamheid ten opzichte van andersdenkenden. Kretschmann gelooft in de pluraliteit van alle mensen, in het belang van de politiek van gehoord worden. Meedoen is belangrijk, voor iedereen. Zijn verdraagzaamheid uit zich ook in zijn openlijke steun voor het vluchtelingenbeleid van Merkel.

Zijn aanpak is gisteren beloond, hij won overtuigend. Niet de partij, maar de persoon en zijn successen van de laatste jaren hebben gewonnen. Ter vergelijking: in het buurland Rheinland-Pfalz behaalden de groenen slechts 5,3% van de stemmen (in 2011 was dit nog 15,4%), en in Sachsen-Anhalt 5,2% (2011: 7,1%).

Tot slot: ook in Baden-Württemberg heeft de rechts-populistische Alternative für Deutschland (AfD) aanhang. Deze nieuwe anti-immigratiepartij behaalde maar liefst 15,1% van de stemmen. Aan Kretschmann de taak om te luisteren en ook deze kiezers een stem te geven. Ook dat hoort bij verdraagzaamheid.

 

 

Foto: By Bündnis 90/Die Grünen Nordrhein-Westfalen – Flickr: Im Gespräch: Sylvia Löhrmann und Winfried Kretschmann, CC BY-SA 2.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=19489761

Keep calm and have a good weekend

Dit is de tiende blog, tijd voor ontspanning. We leven in een spannende tijd, er gebeurt veel, ik blijf de ontwikkelingen volgen en erover schrijven. Graag wil ik mijn lezers bedanken voor hun tijd en aandacht voor mijn blog, dat is niet vanzelfsprekend.

Voor nu een goed weekend!